BOSHOEKTUIN VAN SLAG
Terugblik op 2011
Droog wanneer het nat moest zijn, nat wanneer het droog hoorde te zijn, en warm in de daarvoor niet bestemde jaargetijden, dit was 2011.
Februari-maart waren vrij normaal van temperatuur maar wel droog. In april barstte de zomer los: eerst nog met flinke nachtvorsten (die ook flink uitdroogden) maar met eindeloze zon en later grote hitte. Mei was ditto. De sproeier op de rotstuin maakte overuren en de nieuwe plantjes wilden niet groeien. De voorjaarsbloemen waren in een paar weken uitgebloeid. De Lijsterbessen (Sorbus aucuparia) hadden op 16 juni al rijpe oranje bessen.De Merels bleven er vanaf. Die waren nog niet aan bessen toe. In de maanden juni, juli en augustus viel alle regen die in het voorjaar had moeten vallen, al was het niet koud. Weer wilden de nieuwe plantjes niet groeien, nu door het sombere weer. En- waarom zou je met je wortels op zoek naar water gaan als het overal om je heen is? Niet alles in de tuin was ontevreden over die ouderwets natte zomer: in juli hadden de Merels allemaal jongen (anders in mei), overal sappige wormen natuurlijk! De Slakken vierden feest . En in de rotstuin ging Campanula cochleariifolia, een prachtig klein klokje, het ineens goed doen. De hele zomer en herfst stonden de steeds uitbreidende plantjes te bloeien. September begon gewoon herfstachtig, maar aan het eind van de maand en het begin van oktober was het een paar weken zomer. Na weer een maandje kou en regen kwam in november het voorjaar nog eens langs. De planten wisten het nu ook niet meer; velen bloeiden in de herfst voor een tweede keer, misschien ook wel omdat in het voorjaar de planten niet rustig af hadden kunnen rijpen. Zo bloeiden in september: Hondsroos (Rosa canina), Dotterbloem (Caltha palustris) , Adderwortel (Poligonum bistorta), Gewone kamperfoelie (Lonicera periclymmenum) en Echte koekoeksbloem (Lychnis flos-cuculi) . Er kwam ook een Iris retuculata op. Later, in november, stond een exemplaar van de Gele schijnpapaver (Meconopsis cambrica) in volle bloei te pronken. In de rotstuin begon het Glidkruid (Scutellaria indica parvifolia) opnieuw te bloeien. En in de stinzentuin bloeide eind oktober-begin november een exemplaar van de Blauwe bosanemoon (Anemone nemorosa var. Robinsoniana) .
De woorden zijn van Elisabeth Noorduin en de foto's van Ton Steenhoek
Echte koekoeksbloem Blauwe bosanemoon
(Lychnis flos-cuculi) (Anemone nemorosa var.
Robinsoniana)
16 maart 2011
Torenvalken gesignaleerd
De torenvalken zijn weer terug op hun nest. Het mannetje is druk doende om het vrouwtje het hof te maken. Dit doet het mannetje door het geven van een schitterende luchtshow voor het vrouwtje, die in de buurt van het nest op een tak zit.
VOORJAAR IN DE BOSHOEKTUIN 2011
Het voorjaar is gearriveerd in de Boshoektuin! De eerste bloemen die zich durfden te vertonen waren de geurende gele sliertjes van de Toverhazelaar (Hamamelis mollis) en de fel paarsrode binnenste-buitenbloemen van de Voorjaarscyclaam (Cyclamen coum). Al snel daarna volgden de Winteraconieten (Eranthis hyemalis) achter het gebouw.
Nu, in de tweede helft van februari, hebben alle vroegbloeiers er zin in gekregen. In de Boshoektuin zijn 4 soorten Sneeuwklokjes te bewonderen, die gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn: het Gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis), aan iedereen wel bekend, met smalle grijsgroene blaadjes en witte klokjes; het Dubbel sneeuwklokje (Galanthus nivalis “Flore Plena”) met hetzelfde blad als het Gewoon sneeuwklokje, maar met grote gevulde bloemen; het Groot sneeuwklokje (Galanthus elwesii) met brede grijsgroene bladeren die onderaan om het steeltje gevouwen zijn en grote bloemen aan lange stelen, dit is vaak een van de vroegst bloeiende Sneeuwklokjes; en het Glanzend sneeuwklokje (Galanthus ikariae), met bredere glanzend groene blaadjes en een klein bloempje.
Ook de Lenteklokjes (Leucojum vernum) bloeien, op sommige plaatsen vlak naast de Sneeuwklokjes, zodat het verschil goed te zien is.
De blauwe Iris reticulata, bij de ingang, staat in bloei, en de Kerstroos (Helleborus niger) is al van verre te zien met zijn grote witte bloemen, waarin zich op mooie dagen de bijen verdringen. De Kerstroos bloeit alleen met kerst als hij in een kas voorgetrokken wordt, maar is wel een van de vroegst bloeiende Helleborussen. De Oosterse kerstrozen (Helleborus orientalis) beginnen te bloeien, sommige met mooi gespikkelde bloemen.
De Boerencrocussen (Crocus tommasinianus) openen met zacht weer hun lila en paarse bloemen. evenals de gewone Hollandse crocussen (Crocus vernus). Praktisch is dat Crocussen en Sneeuwklokjes pas bij een temperatuur van 10 graden Celsius hun bloemen openen; toevallig ook de temperatuur waarbij bijen gaan vliegen. Wat is ten slotte de zin van je bloemen openen als er niemand is om ze te bestuiven?
Het Muskuskruid (Adora moschatellina) is weer opgekomen. Snel kijken, want het is zo weer weg ! Het verdwijnt meteen na de bloei onder de grond
Iris Dubbele sneeuwklokje
bijzondere waarneming
Paddestoelen verwacht je in het najaar, maar er zijn ook voorjaarspaddestoelen! Ik vond in de tuin een dot van een paddestoeltje met een dot van een naam: het Elzekatjemummiekelkje (Ciboria amentacea). Dit piepkleine paddestoeltje (3-10 mm groot) groeit in het vroege voorjaar op in de strooisellaag begraven elzekatjes van het vorige jaar. Op de foto is dat mooi te zien!
Meer info: Soortenbank.nl
macro foto:
De woorden zijn van Elisabeth Noorduin en de foto's van Ton Steenhoek
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
14 Januari 2011
VOGELEN VANAF HET BOSHOEK-TERREIN 2010
Aangezien vogelaarsbloed nu eenmaal kruipt waar het niet gaan kan, heb ik (Elisabeth Noorduin) bijgehouden welke vogels ik zag en/of hoorde vanaf het Boshoek-terrein. Criteria voor zien/horen: zien moest echt op of boven het terrein zijn, bij het luisteren mocht een vogel ook elders zitten, als ik hem maar hoorde vanaf het Boshoek-terrein.
1. Blauwe reiger 17. Winterkoning
2. Knobbelzwaan 18. Heggemus
3. Nijlgans 19. Roodborst
4. Soepeend 20. Merel
5. Buizerd 21. Zanglijster
6. Torenvalk 22. Zwartkop
7. Waterhoen 23. Fitis
8. Meerkoet 24. Tjiftjaf
9. Houtduif 25. Vuurgoudhaantje
10. Holeduif 26. Pimpelmees
11. Turkse tortel 27. Koolmees
12. Koekoek 28. Staartmees
13. Halsbandparkiet 29. Boomkruiper
14. Gierzwaluw 30. Gaai
15. Groene specht 31. Ekster
16. Grote bonte specht 32. Kauw
33. Zwarte kraai 34. Vink
35. Sijsje
Knobbelzwaan, nijlgans, buizerd en gierzwaluw waren overvliegers. De koekoek hoorde ik maar 1 keer (op 1 mei). De groene specht hoorde ik echter regelmatig (helaas nooit gezien). Ook een holeduif liet zich in voorjaar en zomer vaak horen. Jonge vogels werden waargenomen van soepeend, meerkoet, waterhoen, houtduif, halsbandparkiet, heggemus, merel, zanglijster, de dit jaar wel met erg veel aanwezige kool- en pimpelmezen, en natuurlijk van de torenvalken, die 4 jongen grootbrachten in de valkenkast. Een blauwe reiger had in de nazomer en herfst de boshoek als zijn dagelijks jachtterrein uitgekozen. Soms zat hij in de schemering al op de rand van het dak of op de lantaarnpaal. Soms ook op de rotstuin (waar hij minder schade aanrichtte dan de immer gravende merels) en op de stenen bank ervoor. Maar meestal stond hij bij of in de vijver, zich bijna onmerkbaar bewegend om dan snel toe te schieten om een kikker of stekelbaarsje te verschalken. Soms stond hij zo lang stil dat mensen dachten dat hij nep was, om dan te schrikken als hij ineens bewoog. Af en toe was zijn prooi niet zo smakelijk als hij gedacht had; dan had hij een tak of een blaadje te pakken. Leuk waargenomen gedrag van een andere vogel: het schelpje-tikken van zanglijsters. Hoewel merels meestal dominant zijn over zanglijsters, is er toch iets waar merels niks mee kunnen: huisjesslakken. Zanglijsters hebben ontdekt dat je zo'n slakkehuis met je snavel kunt vastpakken om het dan tegen een steen kapot te slaan. Slakken hebben niet veel voedingswaarde, maar als er verder niet veel te vinden is (bij droogte bijvoorbeeld) zijn ze toch mooi meegenomen. Zanglijsters zoeken er vaak een steen voor die lekker tikt (een beetje hoger ligt); daar vind je dan heel veel kapotte slakkehuisjes. Zo'n speciale steen wordt een lijstersmidse genoemd. De Boshoeklijsters hielden er geen speciale steen opna; ze tikten waar het ze uitkwam. Het tikken is van een afstandje goed te horen. Na jaren geen sijsjes in de buurt gehoord te hebben, hoorde ik ze nu al op 6 oktober! Daarna bijna dagelijks. Ik hoorde ze wakker worden in de bomen op en rond de Boshoek: ijle, slaperige te-lie geluidjes in de schemering. Ik zag ze ook hoog in de elzen terwijl ze zittend en hangend aten.
Het lijstje is verre van compleet. Mijn aantekeningen doorkijkend vraag ik me af, of ik echt nooit een aalscholver zag overvliegen. En waar zijn de meeuwen? Goed voornemen? Beter opletten en meteen noteren!
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------



.jpg)
















